所有作品

在Donemus目录中有47首作品

热门作品

Le vrai visage de la paix : for chamber choir, 1953, (revision 1957) / text by Paul Eluard, Rudolf Escher

体裁: 声乐
子体裁: Mixed choir
乐器: GK4

Les chansons de Bilitis : for reciter, two flutes, two harps and celesta, 1901, stage music to accompany the recitation of twelve poems by Pierre Louys / arranged by Rudolf Escher, 1972, Claude Debussy

体裁: 声乐
子体裁: Speak Voice and instrument(s)
乐器: recit 2fl cel 2hp

Six épigraphes antiques / orchestrated for small orchestra by Rudolf Escher, 1975-1977, Claude Debussy

体裁: 管弦乐队
子体裁: Orchestra
乐器: pic 2fl fl-a ob ob(eh) 2cl fg perc cel 2hp str(8.6.4.4.)

最新版本

Sonata for flute and piano : (1979) / Rudolf Escher

体裁: 室内乐
子体裁: Flute and keyboard instrument
乐器: fl pf

 

作曲家

Escher, Rudolf

国籍: Netherlands
出生日期: 1912-01-08
逝世日期: 1980-03-17
网页: Treasured Composer's Page

1912

Rudolf George Escher wordt op 8 januari geboren in Amsterdam als zoon van geoloog Berend George Escher en de Zwitserse Emma Brosy. Zijn vader is een zoon van waterbouwkundige George Arnold Escher en een halfbroer van graficus Maurits Cornelis Escher.

1916 - 1921

Het gezin verhuist naar Batavia, waar Eschers vader werkt als geoloog. Hij is een verdienstelijk pianist en geeft de jonge Escher pianoles. Later vertelt de componist dat zijn kennismaking met de gamelan van belang is geweest voor zijn muzikale ontwikkeling.

1922 - 1928

Het gezin Escher keert vanuit Batavia terug naar Nederland en vestigt zich in Leiden. Hier volgt Rudolf Escher het gymnasium en krijgt hij pianoles van Bé Hartz. Hij componeert enkele werken voor piano en viool.

1929 - 1930

Na vier jaar breekt Escher het gymnasium af omdat hij aan het conservatorium van Keulen wil studeren. Ter voorbereiding daarop begint hij op advies van Peter van Anrooy serieus piano te studeren en volgt daarnaast viool- en harmonielessen.

1931 - 1933

Escher gaat naar het Rotterdams Conservatorium waar hij piano studeert met als bijvak cello. Onder leiding van de Rotterdamse organist J.H. Besselaar jr. bekwaamt hij zich ook in het contrapunt, dat later in zijn componeren een voorname rol zal spelen.

1934 - 1937

Rudolf Escher studeert compositie bij Willem Pijper. In 1935 debuteert Escher als componist met zijn 'Eerste pianosonate'. Hij trouwt met Beatrijs Jongert.

1938

Escher publiceert een geruchtmakend essay, onder de titel 'Toscanini en Debussy, magie der werkelijkheid', waarin hij onder meer pleit voor het belang van "goed luisteren". Het wordt in Rotterdam uitgegeven door D. van Sijn & Zonen. Daarnaast verschijnen enkele van zijn gedichten in het tijdschrift 'Forum'.

1940 - 1945

Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei gaan veel werken uit zijn studietijd verloren. Escher werkt mee aan het ondergrondse blad 'De vrije Katheder'. Over de invloed van zijn oorlogservaringen zegt Escher later: "Mijn werk uit deze periode [heeft] een soort zwaarte gekregen, een verbetenheid hier en daar, die het duidelijk doen beseffen als gegroeid temidden van rampen. Dat is er voor mij persoonlijk juist de ethische betekenis van: dat het constructies zijn van de geest, in een tijd dat 'geest' (als je zoiets nog zo noemen kunt) haast uitsluitend voor volkomen destructieve doeleinden wordt aangewend." Tot Eschers belangrijkste oorlogscomposities behoren het orkestwerk 'Musique pour l'esprit en deuil' (1943), de 'Sonata concertante' (1943) voor cello en piano, 'Arcana Musae Dona' (1944) voor piano en de eerste twee delen van de 'Sonata per violoncello solo'.

1946 - 1955

Na de oorlog vestigt Rudolf Escher zich in Amsterdam. Voor 'Musique pour l'esprit en deuil' (1943) ontvangt hij de Muziekprijs van de Stad Amsterdam. Als vaste medewerker voor muziek en beeldende kunst is hij verbonden aan 'De Groene Amsterdammer' voor de periode van een jaar. Zijn opvolger is vriend en collega-componist Matthijs Vermeulen. Tot 1951 is Escher bestuurslid van de Nederlandse Opera en in 1947 wordt hij benoemd tot bestuurslid van de Stichting Nederlandsche Muziekbelangen. Het thema van oorlog en vrede klinkt ook door in sommige werken die Escher na 1945 componeerde, zoals het orkestwerk 'Hymne du grand Meaulnes' (1951) en 'Le vrai visage de la paix' (1953) voor achtstemmig koor. Musicoloog Leo Samama zegt over 'Songs of Love and Eternity', gecomponeerd in 1955 op gedichten van Emily Dickinson, dat het "tot het beste gerekend [moet] worden dat in ons land op het gebied van de a cappella koormuziek geschreven is."

1959 - 1962

Rudolf Escher werkt in de studio's voor elektronische muziek in Delft en Utrecht. In opdracht van de AVRO Televisie componeert hij elektronische muziek bij het televisiespel 'The long Christmas Dinner' (1960). Hij doceert in 1961 een jaar compositie aan het Amsterdamse conservatorium en hij is bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor hedendaagse Muziek.

1964 - 1975

Escher is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan het Instituut voor Muziekwetenschap van de Rijksuniversiteit in Utrecht. Hij onderwijst het vak 'Aspecten van de hedendaagse muziek'. In nauwgezet voorbereide colleges voert hij zeer gedetailleerde vorm- en structuuranalyses uit. Het serialisme noemt hij onder meer "een gewelddadige, revolutionaire beweging."

1977 - 1980

Rudolf Escher ontvangt de Johan Wagenaarprijs voor zijn gehele oeuvre. Op 17 maart 1980 overlijdt Escher in De Koog op het waddeneiland Texel aan een ongeneeslijke leverziekte.

1985

De briefwisseling tussen Rudolf Escher en zijn halfoom, graficus M.C. Escher, wordt onder de titel 'Beweging en metamorfosen; een briefwisseling' uitgegeven door Meulenhoff/Landshoff, onder redactie van B. Escher-Jongert. Daarnaast wordt Eschers essay over 'Pelléas et Melisande' opgenomen in de bundel 'Debussy: actueel verleden' onder redactie van D.J. Hamoen en E. Schönberger.